Wet DBA – FAQ voor Opdrachtgevers

Wet DBA – FAQ voor Opdrachtgevers

Met ingang van 1 mei 2016 wordt de VAR vervangen door de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA), waarbij gewerkt gaat worden met door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomsten tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer (Zelfstandig Professional). Van 1 mei 2016 tot en met 1 mei 2017 geldt een implementatietermijn. Opdrachtgevers, ZP’ers en intermediairs hebben deze periode de tijd hun werkwijze aan te passen. In onderstaande FAQ geven we antwoord op de meest gestelde vragen van inhurend organisaties. Naast deze FAQ vindt u antwoorden op uw vragen wellicht ook in de Whitepaper: De Wet DBA toegelicht.

Download whitepaper

1. Waarom is de VAR vervangen door de Wet DBA?
De VAR heeft jarenlang goed zijn taak gediend, maar is volgens het Ministerie van Financiën om een aantal redenen aan vervanging toe:

  • Moeilijke handhaving – De Belastingdienst diende bij de ZP’er te controleren of hij wel zelfstandig is en of er geen sprake is van een dienstbetrekking met zijn Opdrachtgever. Met 800.000 ZP’ers in Nederland was dat moeilijk te handhaven.
  • Risico volledig bij ZP’er – Bij de vroegere VAR-systematiek lagen de risico’s met name bij de ZP’er. Als bij controle door de Belastingdienst achteraf bleek dat de ZP’er in de feitelijke situatie een dienstbetrekking bleek te hebben met de Opdrachtgever (afhankelijk van diverse factoren), diende hij de te veel ontvangen faciliteiten zoals de starters- en zelfstandigenaftrek terug te betalen. Ook de Opdrachtgever zou, als hij te kwader trouw was, op dat moment aansprakelijk gesteld kunnen worden voor naheffing van loonheffing en premie werknemersverzekeringen.
  • Schijnzelfstandigheid – Met het oude VAR-systeem was het aanpakken van ‘schijnzelfstandigheid’ moeilijk. Schijnzelfstandigheid is de term die gebruikt wordt voor het fenomeen dat werknemers door een werkgever gedwongen als ‘zelfstandige’ worden ingezet om vervolgens onder dezelfde omstandigheden hetzelfde werk uit te voeren als voorheen in loondienst gedaan werd. Het is een thema dat (nagenoeg) niet aan de orde is binnen de vakgebieden waar de meeste Zelfstandig Professionals in actief zijn (zakelijke dienstverlening: IT, finance, marketing, human resources en andere vormen van kenniswerk), maar dat wel actueel is in andere branches.

2. Wat verandert er nu de Wet DBA er is?
Het principe van de Wet DBA is dat de Opdrachtgever en ZP’er gaan werken met een door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomst van opdracht, waaruit volgt dat geen dienstbetrekking bestaat tussen de Opdrachtgever en de ZP’er. Essentieel is dat in de praktijk daadwerkelijk gewerkt wordt volgens deze overeenkomst, zodat definitief geen sprake is van een dienstbetrekking tussen de Opdrachtgever en de ZP’er. Dan hoeft de Opdrachtgever geen loonheffingen voor de ZP’er in te houden. Dit alles heeft tot gevolg:

  • Handhaving wordt makkelijker – De Belastingdienst verlegt de controle op de arbeidsrelatie tussen de ZP’er en de Opdrachtgever naar de Opdrachtgever. Er is aangekondigd dat door de Belastingdienst controles uitgevoerd gaan worden bij organisaties die ZP’ers inhuren. Hierbij wordt beoordeeld of de feitelijke situatie overeenkomt met de situatie zoals omschreven in de overeenkomst. Dit brengt de te controleren instanties terug van 800.000 ZP’ers tot enkele duizenden inhurende organisaties.
  • Spreiding risico – Met het verleggen van de controle wordt het risico gespreid. De ZP’er blijft, net als bij de vroegere VAR-systematiek, aansprakelijk voor het terugbetalen van teveel ontvangen ondernemersfaciliteiten en (loon)belasting, als blijkt dat de ZP’er niet (voldoende) zelfstandig is. Daarnaast kunnen Opdrachtgevers aansprakelijk gesteld worden voor het alsnog afdragen van loonheffingen en premie werknemersverzekeringen.
  • Schijnzelfstandigheid – Met het verleggen van de controle naar de Opdrachtgever, wordt het voor de Belastingdienst gemakkelijker Opdrachtgevers aan te pakken die werknemers dwingen zelfstandig te worden om hen vervolgens in te huren voor het uitvoeren van hetzelfde werk als voorheen in loondienst gedaan werd.

3. Ik concludeer dat het inhuren van ZP’ers nu extra risico’s met zich meebrengt voor mijn organisatie. Hoe los ik dat op?
Al huurt u Zelfstandig Professionals rechtstreeks in, dan dient u ervoor te zorgen dat u de juiste door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomst(en) gebruikt en dat de wijze waarop de ZP’er voor uw organisatie werkt hiermee overeenkomt. De feitelijke situatie dient in lijn te zijn met de overeenkomst(en). U kunt ook besluiten gebruik te maken van een intermediair of bemiddelaar, zoals HeadFirst. Wij kunnen alle risico’s omtrent het inhuurproces volledig uit handen nemen. Wilt u volledig vrijblijvend advies van één van de specialisten van onze organisatie? Neem contact met ons op via 023 – 568 5630 of stuur een e-mail naar info@headfirst.nl.

4. Ik overweeg (tijdelijk) te stoppen met het inhuren van Zelfstandig Professionals vanwege de Wet DBA. Is dat slim?
Stoppen met de inhuur van Zelfstandig Professionals is niet aan te raden. Het biedt uw organisatie flexibiliteit en specialistische expertise. Het is logisch dat u alle inhuurrisico’s buiten de deur wilt houden. Al jaren zien we een trend dat steeds meer organisaties ervoor kiezen samen te werken met een intermediair voor de afhechting van deze risico’s.  Met het verdwijnen van de VAR is dat in een stroomversnelling gekomen. HeadFirst kan u hierin bijstaan. We bieden u graag  een gesprek aan met één van onze specialisten. Zij weten alles van dit onderwerp en voorzien u graag van advies. Neem hiervoor contact met ons op via 023 – 568 5630 of stuur een e-mail naar info@headfirst.nl.

5. Welke overeenkomst kan ik het beste gebruiken voor mijn organisatie?
Dat is per situatie afhankelijk. Het is mogelijk één van de modelovereenkomsten te gebruiken die de Belastingdienst op haar website publiceert. Hier worden per sector en/of vakgebied goedgekeurde overeenkomsten geplaatst. Daarentegen kunt u ook zelf een overeenkomst opstellen en laten toetsen bij de Belastingdienst. HeadFirst kan u met raad en daad bijstaan bij de keuze. Neem hiervoor contact met ons op via 023 – 568 5630 of stuur een e-mail naar info@headfirst.nl.

6. Ik huur ZP’ers in via HeadFirst. Wat gaat er veranderen?
We hebben contact met uw organisatie over onze oplossing: een overeenkomst voor het ‘tussenkomstmodel’, waarin de driehoek wordt gemaakt tussen de Zelfstandig Professional, de intermediair (HeadFirst) en u als Opdrachtgever (inhurende organisatie). U bent daarmee gevrijwaard van inhoudingsplicht. Heeft u in de tussentijd vragen? Neem contact op met uw contactpersoon binnen HeadFirst of bel 023 – 568 5630.

Een vraag nog niet beantwoord?
Heeft u een vraag die u nog niet beantwoord hebt gekregen? Wellicht biedt dit whitepaper uitkomst. We stelden eveneens een FAQ voor Zelfstandig Professionals op, wat mogelijk antwoord geeft op uw vraag. Mocht u behoefte hebben aan adives op maat, staan we voor u klaar. Eén van de adviseurs van HeadFirst komt graag vrijblijvend bij u langs. Neem contact met ons op via 023-5685630 of info@headfirst.nl.

 

Gert-Jan Schellingerhout, Algemeen directeur

Gert Jan Schellingerhout (1974) is Algemeen directeur van HeadFirst. Vanaf het jaar 2000 bekleedde hij verschillende financiële functies binnen HeadFirst tot hij in 2010 promoveerde tot Financieel directeur. Hiermee trad hij toe tot het management van het bedrijf en heeft hij mede bijgedragen aan de stabiliteit van onze organisatie. In 2015 heeft hij het stokje als Algemeen directeur van HeadFirst overgenomen van oprichter Rick Kruiswijk. Schellingerhout genoot zijn studie aan de Nyenrode Business Universiteit, waarna hij verscheidene financiële functies uitvoerde bij onder andere Van Duyn accountants en adviseurs.