One-size-fits-all benadering webmodule slaat plank mis

One-size-fits-all benadering webmodule slaat plank mis

Op 15 juni kwam het kabinet naar buiten met de vijfde voortgangsbrief ‘Werken als zelfstandige’. De boodschap was helder; de concept-wetteksten minimumtarief en zelfstandigenverklaring worden door Minister Koolmees van tafel geveegd. Reden? Te veel administratieve lasten om effectief te zijn. Daarentegen gaat de webmodule een volgende fase in. Het kabinet streeft ernaar dit najaar een pilot te doen met de webmodule. De wegingsfactoren achter de vragen zijn openbaar gemaakt, waaruit helaas blijkt dat de duidelijkheid waar opdrachtgevers, zzp’ers en intermediairs al zo lang naar snakken nog heel ver weg is. Sterker nog, de markt lijkt in een nieuw hoofdstuk van onduidelijkheid te worden gestort.

Wat gaat er mis?
De webmodule, evenals het minimumtarief, zijn bedoeld om de kwetsbare zzp’ers aan de onderkant van de markt te beschermen. In zijn huidige vorm werkt dit juist averechts, zo blijkt uit een test. Het veel aangehaalde voorbeeld van de maaltijdbezorger komt namelijk uit de webmodule rollen als ‘echte ondernemer’ die ingehuurd kan worden, terwijl de IT-professional en interim HR-manager in het grijze gebied terechtkomen. Dit kan en mag absoluut niet de bedoeling zijn.

Waar zit dan de kink in de kabel? Dat antwoord is duidelijk. Het puntensysteem in de webmodule gaat uit van een one-size-fits-all benadering. Is de kennis van de zzp’er beschikbaar in de organisatie? Dan krijgt men 10 strafpunten. Langer dan twee jaar en meer dan 24 uur per week aan het werk? Wederom 10 strafpunten. Zijn de werkzaamheden een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering? Ook dan worden er 10 strafpunten bijgeschreven. Met dit huidige puntensysteem wordt, helaas, de arbeidsrelatie van kenniswerkers – zelfstandig professionals, bewuste ondernemers – relatief snel als dienstbetrekking beoordeeld.

Alhoewel het kabinet meerdere malen heeft aangegeven dat ‘dé zzp’er niet bestaat’ en dat er ‘nog steeds ingezet wordt op een gedifferentieerde aanpak’, wordt helaas het verkeerde pad bewandeld wanneer de keuze wordt gemaakt om door te gaan met de webmodule in haar huidige vorm. Als resultaat worden de bijna 1,5 miljoen zelfstandigen die Nederland rijk is weer allemaal op één hoop gegooid. De Tweede Kamer uitte 17 juni dan ook felle kritiek op de aanpak van Minister Koolmees. De coalitiepartijen VVD, D66 en CDA maken zich terecht zorgen om de complexiteit en indeling van de huidige webmodule. “Zekerheid vooraf is niet geboden, het verschaft veel werk voor opdrachtgevers, de onderkant van de markt wordt niet beschermd en de bovenkant wordt lastig gevallen’’, zo luidde de kritiek van Judith Tielen (VVD) en Steven van Weyenberg (D66). Daar kan ik me enkel bij aansluiten.

Hoe nu verder?
Wij stellen voor om de webmodule pas te implementeren als dit instrument écht duidelijkheid kan geven over een arbeidsrelatie en de ruimte voor interpretatie geminimaliseerd is. Daarnaast moet ook de onderliggende wetgeving en de beoordeling van een gezagsrelatie op de schop, anders zal een webmodule nooit werken en zal het bepalen van de arbeidsrelatie altijd ingewikkeld blijven. Als dit niet gebeurt, voorzien we dat dezelfde onrust ontstaat onder opdrachtgevers als in 2016 met de invoering van de Wet DBA, waardoor zzp’ers opdrachten zien opdrogen. Echte ondernemers lastigvallen met handhaving en regelgeving moeten we hen, zeker ten tijde van de coronacrisis, niet aandoen.

Om die reden pleiten wij ervoor om op de korte termijn het huidige handhavingsmoratorium te verlengen. Dit in combinatie met een verlenging van de huidige modelovereenkomsten creëert bij zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers rust en zekerheid. In die tussentijd kan met externe partijen en stakeholders verder gesleuteld worden aan de webmodule, kan onderzocht worden of een gedegen versie van de webmodule haalbaar is en zo krijgt de politiek de tijd om voor de lange termijn nieuwe wet- en regelgeving op te stellen.

Meer recente informatie over de Wet DBA lees je op wetdba.headfirst.nl.

Mike Korenvaar, financieel directeur

Voordat Mike Korenvaar (1966) in 2015 als CFO toetreedt tot de directie van HeadFirst, komt hij al vijftien jaar bij de kennisbemiddelaar over de vloer namens BDO Accountants & Belastingadviseurs. Eerst als accountant, vanaf 2011 als adviserend partner. Daarvoor studeerde Korenvaar onder meer aan NIVRA Nyenrode en volgde hij de TiasNimbas Business School. Met zijn ruime kennis en ervaring geeft hij invulling en uitvoering aan het financiële, fiscale en arbeidsrechtelijke reilen en zeilen van de organisatie.