Wat is de WTTA?
De WTTA voert een toelatingsplicht in voor uitzendbureaus, detacheerders en andere uitleners van personeel. Alleen gecertificeerde partijen krijgen toegang tot de uitleenmarkt. Werkgevers die personeel inhuren, werken straks alleen nog samen met toegelaten uitleners. De wetgever pakt hiermee schijnconstructies, onderbetaling en slechte huisvesting van arbeidsmigranten aan. De wet vormt een aanvulling op de bestaande Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) en gaat op belangrijke punten verder dan die wet.
Key Takeaways
- De Tweede Kamer nam de WTTA aan op 15 april 2025.
- De Eerste Kamer stemde op 11 november 2025 in met de wet.
- De WTTA treedt grotendeels in werking op 1 januari 2027.
- De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt beoordeelt vanaf 2027 de eerste toelatingsaanvragen.
- Volledige handhaving door de Arbeidsinspectie start op 1 januari 2028.
Het Kamerdebat: brede steun, maar duidelijke zorgen
Op 12 maart 2025 boog de Tweede Kamer zich in een plenair debat over het wetsvoorstel. Vertegenwoordigers van VVD, SP, CDA, NSC, PVV, SGP, DENK, D66, BBB en GroenLinks-PvdA namen deel. De meeste partijen steunden het doel van de wet: een betere bescherming van arbeidsmigranten en een gelijker speelveld voor uitleners. Over de uitvoering liepen de meningen sterk uiteen.
Aartsen (destijds Kamerlid voor de VVD) noemde de WTTA “zelfrijzend bakmeel”, een verwijzing naar bureaucratie die zichzelf blijft voeden en steeds verder uitdijt. Hij steunde de wet, maar waarschuwde voor de groeiende regeldruk voor bonafide ondernemers. Rikkers (BBB) deelde die zorg en vroeg aandacht voor de brede reikwijdte van het toelatingsstelsel.
Van Kent (SP) trok een andere kant op. Hij wilde een hogere en permanente waarborgsom om malafide bemiddelaars uit de markt te weren. Patijn (GroenLinks-PvdA) sloot zich daarbij aan en pleitte voor een grotere, actievere rol van de Arbeidsinspectie bij het opsporen van misstanden. Volgens Patijn schoot het normenkader op dat punt nog tekort. Beide partijen riepen op tot een snellere invoering van het wetsvoorstel. De discussie draaide dus om een balans: strengere regels ter bescherming van arbeidsmigranten tegenover werkbare regeldruk voor bonafide uitleners en werkgevers.
Uitzonderingen voor specifieke sectoren
Tijdens het debat dienden meerdere Kamerleden amendementen in om bepaalde groepen uit te zonderen van de WTTA. Ergin (DENK) stelde een uitzondering voor de topsportsector voor. Ceder (ChristenUnie) deed een vergelijkbaar voorstel voor sociale werkbedrijven. Boon (PVV) en Flach (SGP) vroegen in het debat om een uitzonderingspositie voor hoogopgeleid personeel.
Ook de lange overbruggingsperiode kreeg kritiek. Meerdere partijen vonden dat de periode tot volledige invoering ruimte laat voor misstanden, juist in de tijd dat de sector zich op de nieuwe regels voorbereidt.



