Vertage vroeg bijna 1.300 hoogopgeleide zzp’ers naar hun ervaringen met deze handhaving, bij lopende en bij nieuwe opdrachten. Ook peilden we hun mening over de twee wetsvoorstellen.
De opiniemonitor laat een duidelijk beeld zien. Veel zzp’ers vinden sinds januari 2025 minder snel nieuwe opdrachten. Toch overweegt de meerderheid niet om te stoppen als zelfstandig professional. Over de wetsvoorstellen lopen de meningen uiteen. En veel respondenten vragen om duidelijkere communicatie vanuit de Rijksoverheid over schijnzelfstandigheid.
Belangrijkste inzichten
- 59% van de zzp’ers geeft aan moeite te hebben met het vinden van nieuwe opdrachten.
- Ruim 70% is ontevreden over de communicatie van de Rijksoverheid.
- Bijna 77% mist duidelijkheid over welke opdrachten wel of niet zijn toegestaan.
- Steun voor de Zelfstandigenwet en de BAZ blijft verdeeld onder zzp’ers.
- Slechts 40% overweegt te stoppen als zelfstandig professional.
- 93% treft voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, 94% voor pensioen.
Onderzoeksmethode
Vertage ondervroeg bijna 1.300 hoogopgeleide zzp’ers via een online enquête, met gesloten en open vragen over handhaving, communicatie en wetgeving. De opiniemonitor bouwt voort op een vergelijkbaar onderzoek uit 2024.
Wat is schijnzelfstandigheid en waarom handhaaft de Belastingdienst?
Schijnzelfstandigheid ontstaat wanneer een zzp’er in de praktijk werkt als werknemer, zonder een arbeidscontract. Denk aan een vaste werkplek, vaste werktijden of gezag van de opdrachtgever over de manier van werken. De Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) bepaalt of een arbeidsrelatie kwalificeert als een zelfstandige opdracht of als verkapt dienstverband.
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid, na een moratorium van enkele jaren. Opdrachtgevers die zzp’ers inzetten zonder aan de criteria te voldoen, lopen risico op naheffingen en boetes. Dat verklaart waarom veel opdrachtgevers voorzichtiger zijn geworden bij het inzetten van zelfstandig professionals.
Compliance met de Wet DBA vraagt om een zorgvuldige beoordeling per opdracht, niet om een algemeen verbod op zzp’ers. Meer achtergrond over deze criteria en de gevolgen voor zzp-opdrachten staat in ons blog over schijnzelfstandigheid bij zzp-opdrachten, en in dit artikel over waarom de Wet DBA belangrijk is voor zzp-opdrachten.
Minder opdrachten voor zzp’ers sinds hervatte handhaving
59% van de respondenten vindt moeilijker nieuwe opdrachten, een stijging van 10% ten opzichte van 2024. Destijds peilde Vertage (toen nog HeadFirst Group) in een vergelijkbare opiniemonitor hoe zzp’ers de opheffing van het handhavingsmoratorium op de Wet DBA per 1 januari 2025 inschatten. Ondanks die onrust overwegen de meeste zzp’ers niet om te stoppen. In 2024 gaf 41% aan door te gaan als zelfstandig professional, ondanks mogelijke onrust rondom de handhaving. Dat percentage staat nu op 40%, nagenoeg gelijk gebleven.
Uit de open antwoorden komt een duidelijk patroon naar voren. Veel zzp’ers merken dat opdrachtgevers in 2025 terughoudender zijn geworden. Vaak gebeurt dat uit voorzorg, uit angst voor handhaving door de Belastingdienst.
Een respondent verwoordt het als volgt: “Momenteel heerst er veel onrust in de markt. Opdrachten die in de praktijk wel degelijk aan de relevante criteria en jurisprudentie voldoen, worden toch als ongeschikt voor zzp’ers bestempeld. Door de aanhoudende onduidelijkheid en de hervatte handhaving lopen veel zzp’ers opdrachten mis en is het aanbod aan werk merkbaar kleiner geworden.”



